Flysurfer Sonic
Flysurfer Sonic

Langer in de lucht dan ooit: is een foil kite iets voor jou?

Gepubliceerd Op: 27-09-2026Laatste Update: 27-09-2026

Foil kites voor big air: hype of de volgende stap?

Een echte big air-dag, dat is 30 knopen of meer. Dan hangt het strand vol tube kites en gaat iedereen voor de hoogte. Maar kijk eens wat er gebeurt op de dagen daaronder, tussen de 15 en 30 knopen: daar zie je steeds meer foil kites. Een paar jaar geleden waren die nog vooral iets voor racers. Nu schieten ze als paddenstoelen uit de grond, en niet om rondjes te varen. Ze worden gebruikt om te springen. Hoog, ver en vooral lang.

Is dat een hype, of de volgende stap in kiten? En waarom vaart dan niet iedereen ermee? Ik heb het uitgezocht, en vooral: zelf gevlogen. Inclusief de sessies waar ik liever niet over praat.

Wat een foil kite eigenlijk is

Een tube kite houdt zijn vorm door opgeblazen tubes. Een foil kite heeft die niet. Hij bestaat uit twee lagen doek met cellen ertussen. Die cellen vullen zich met wind en geven de kite zijn profiel. Voor op het water gebruik je een closed cell foil kite: kleppen in de voorkant houden de lucht binnen als de kite in het water ligt. Daardoor blijft hij drijven en kun je hem opnieuw lanceren.

Het belangrijkste verschil zit in de vorm. Een foil kite is geen boog met een zeil ertussen, maar een echte vleugel, met een profiel zoals je dat bij een vliegtuig ziet. En dat profiel levert veel meer  horizontale lift dan een tube kite ooit kan halen.

Waarom ze ineens overal zijn

High aspect. Big air foil kites zijn extreem lang en smal. De Flysurfer Sonic 5 heeft een aspect ratio van 6,4 tot 6,9. Ter vergelijking: bij de meeste tube kites ligt dat rond de 4 à 5. Een langere, smallere vleugel is efficiënter. Hij maakt minder weerstand en zet meer wind om in lift. Het nadeel is dat hij trager wordt (daar kom ik zo op), maar de airtime is als van geen andere kite.

Hangtime. Een foil kite heeft van nature al een stuk meer hangtime. Waar jij met een tube kite een sprong van dertig meter ver maakt, vliegt iemand met een foil kite zomaar een veelvoud zo ver en zo lang. De kite blijft trekken en tilt je als het ware door de lucht, in plaats van je omhoog te gooien en weer te laten vallen als een zak aardappelen.

Lichtere wind, meer sprongen. In lichte wind maakt een foil kite het verschil tussen een beetje op en neer varen en echt trainen. Board-offs, rotaties, grabs: al die tricks waar je hangtime voor nodig hebt, kun je ineens oefenen op dagen dat je met een tube kite vooral bezig bent met je kite in de lucht houden.

Harder wind, een andere dimensie. Bij 20 knopen kom je met een tube kite net de lucht in. Met een foil kite ga je in dezelfde wind boven de tien meter. Van ongeveer 15 tot 30 knopen zijn ze zo efficiënt dat big air een totaal ander spel wordt.

Gewicht. Omdat er niets wordt opgepompt, zijn ze ook nog eens licht:

Kite Maat Gewicht (ongeveer)
Big air tube kite (dacron) 12m 3,5 kg
Big air tube kite (Aluula) 12m 2,9 kg
Ozone Mach1 (foil) 11m / 13m 1,9 / 2,2 kg
Flysurfer Sonic 5 (foil) 15m 2,64 kg

Een grote foil kite is dus lichter dan een kleinere Aluula-tube kite. En je pomp mag thuisblijven. Of je die gaat missen? Dat laat ik aan jou.

De downloop: waar het echt begint

Die extra hangtime krijg je hoe dan ook. Maar wil je hem echt maximaliseren, dan moet je leren downloopen. Dat betekent dat je de kite voor de landing in een  loop stuurt, zodat hij je opnieuw optilt en je landing afremt. Makkelijk is het niet, en de eerste pogingen eindigen nog wel eens met een landing waar je niet trots op bent.

Maar als het lukt, voel je je net een vogel. Je hangt in de lucht, de kite trekt je mee en de landing voelt als een veertje. Voor mij is dat het gevoel waarom ik zo ontzettend houd van een goede sessie op een foil kite. Het is het soort gevoel waarvoor je de hele avond na de sessie nog zit te grijnzen.

Welke kites je ziet

  • Flysurfer Sonic 5: volgens Flysurfer “the world’s most popular Big Air training kite among elite riders”, en de eerste foil kite die succesvol in internationale big air-wedstrijden is gebruikt. Vooral populair in 10, 12 en 15m. Op een twintip vliegt de 10m ongeveer van 16 tot 26 knopen, de 12m van 13 tot 23 en de 15m van 10 tot 18.
  • Ozone Mach1: de opvolger van de Chrono, met race-DNA maar een eenvoudiger bridle. Erg goed in 11 en 13m.

Qua prijs zitten ze in dezelfde range als een topmodel tube kite; de Sonic 5 begint rond de €2.249. Dat is meestal nog iets onder een Aluula-kite, al is het verschil kleiner dan je misschien denkt.

Waarom vaart dan niet iedereen ermee?

Dit is het eerlijke deel.

Je moet opnieuw leren vliegen. Een foil kite vliegt echt anders. De bardruk is compleet anders en de kite stuurt traag. Ook het insturen werkt anders. Je stuurt veel meer met de bar van je af, eigenlijk het tegenovergestelde van een tube kite. Het voelt alsof je gaat fietsen met je armen gekruist: in het begin enorm onwennig, maar op een gegeven moment zit het erin en denk je er niet meer over na.

Traag is vergevingsgezind, totdat het dat niet meer is. Omdat een foil kite zo traag is, maak je minder snel fouten. Trek je per ongeluk een beetje te veel aan de bar, dan schiet hij niet meteen de verkeerde kant op. Maar zet je hem verkeerd neer tijdens een sprong, dan kan hij uit de lucht vallen. Corrigeren gaat dan juist moeilijker, omdat hij zo langzaam reageert. Je moet dus vooruitdenken en goed weten waar je de kite positioneert.

Hij trekt, en dat voel je in je rug. Die efficiëntie heeft een keerzijde. Een foil kite kan behoorlijk trekken, en zeker als de wind wat aantrekt, geeft hij flink wat druk op je rug. Waar een tube kite bij een vlaag nog een beetje meegeeft, blijft een foil kite gewoon doortrekken. Na een lange sessie merk je dat. Een goed passend trapeze met stevige steun in de rug is dus geen overbodige luxe.

De bridles. Bij een tube kite lijken de bridles recht toe recht aan. Onder een foil kite hangt een heel netwerk van lijntjes. Als je niet weet wat je doet, eet je na elke sessie spaghetti als avondeten, want alles zit in de knoop. Zonder saus. Daar valt prima mee om te gaan: met de juiste manier van opbouwen, landen en oprollen blijft alles netjes. Maar ook dat moet je leren, en dat heb je niet in één sessie onder de knie.

Drijven. Omdat je de kite niet oppompt, is hij licht en efficiënt. Maar hij drijft daardoor ook minder goed dan een tube kite. Belangrijk om te weten voor je zelfredding: een tube kite kun je in het water oprollen en als drijflichaam gebruiken. Met een foil kite en zijn bridles is dat een stuk lastiger.

Crashen. Veel mensen denken dat je een probleem hebt als je een foil kite één keer crasht. Dat valt erg mee. Een closed cell kite kun je gewoon in het water crashen en hij blijft een tijd goed genoeg om weer te lanceren. Hoe lang precies hangt af van de omstandigheden. Op vlak water kun je hem best een tijd laten liggen, in golven gaat het eerder mis. Ook hier draait het om kennis en ervaring. Weet je wat je doet, dan heb je hem zo weer in de lucht, ook als het eruitziet als een kunstwerk van moderne knopen.

Is het dan alleen iets voor pro’s?

Natuurlijk niet. Het klopt dat je ze nu vooral ziet bij pro’s en ervaren kiters, maar ik denk dat je er als minder ervaren kiter ook enorm veel plezier uit kunt halen. Zelfs meer dan uit een tube kite.

Verwacht alleen niet de eerste twee, of zelfs vier sessies een briljante sessie. Er zit een echte leercurve in:

  • Hoe stuur ik?
  • Hoe vaar ik?
  • Hoe laat ik hem op, en hoe lanceer ik hem weer na een crash?
  • Hoe rol ik hem op zonder dat ik thuis met een haaknaald aan de slag moet?

Dat kost tijd en vooral geduld.

Mijn tip als je wilt beginnen: kies een kleinere maat. Een 10m Sonic 5 of een 11m Mach1 lijkt meer op een tube kite dan de grotere maten en is net iets makkelijker te vliegen. Een paar tips voor je eerste sessies:

  • Vlieg met een brede bar. Deze kites vlieg je echt met een bar van 60cm, zo breed mogelijk. Een bredere bar geeft je meer stuurbereik, en daardoor wordt de kite net wat sneller in het draaien. Met een smalle bar voelt het alsof je een olietanker probeert te parkeren.
  • Begin op een dag met constante wind en vlak water, niet meteen in de golven.
  • Oefen het opbouwen, landen en oprollen eerst een keer op het strand.
  • Vaar een sessie mee met iemand die al op een foil kite vaart. Van hem of haar leer je in een uur wat je anders in vijf sessies uitzoekt.

Wat ik ervan vind

Dit is geen verkooppraatje. Het is informatie over een trend die nu echt plaatsvindt, zodat je zelf kunt kijken of het iets is om op te springen. Letterlijk.

Foil kites zie je steeds vaker omdat je er tussen de 15 en 30 knopen veel meer performance en plezier uit haalt, als je weet wat je doet. Maar het is niet voor iedereen weggelegd, en niet iedereen gaat hem geweldig vinden. De een vindt het fantastisch. De ander heeft na drie sessies lijntjes ontwarren er helemaal genoeg van en pakt weer zijn oude, vertrouwde tube kite. Beide zijn prima keuzes.

Eén ding nog. Zoals je hierboven las, kun je een foil kite prima crashen. Toch zit het gevoel dat het niet mag er bij veel mensen diep in. Je vaart net iets voorzichtiger en durft een trick net iets minder snel aan, en dat maakt elke sessie spannender dan nodig. En daar zit je nou net niet op te wachten. Want zeg nou eerlijk: we gaan toch allemaal het water op om juist te ontstressen? Het goede nieuws is dat dat gevoel verdwijnt naarmate je vaker crasht en merkt dat het gewoon goed komt.

Mijn advies: probeer het eens. Maar geef het meer dan één sessie voordat je oordeelt. En neem een schaar mee. Grapje. Niet doen.

Langer in de lucht dan ooit: is een foil kite iets voor jou? • Nederlandse Kitesurfvereniging 🤙

Geschreven door: Michiel Schipper

Sportliefhebber en digitaal marketeer met een passie voor watersport en online communicatie. Ik werk aan de digitale ontwikkeling en zichtbaarheid van de NKV.

Gepubliceerd Op: 27-09-2026Laatste Update: 27-09-2026